Bikefitting: formulewerk versus individueel: een voorbeeld!

Sinds een jaar kan je ook voor bikefitting terecht bij Powerzone. Nu er al heel wat renners verder op weg zijn geholpen met hun positie is het een goed moment om de data van alle bikefits nog eens na te gaan.


Fietspositie werd/wordt vaak nog bepaald uit traditionele methoden. Meestal zijn dit statische metingen van het lichaam, een gekende hiervan is de binnenbeenlengte opmeten om de zadelhoogte te bepalen.

Het lichaam op de fiets is echter geen statisch voorwerp. Je hele lichaam werkt om je zo snel mogelijk vooruit te brengen op de fiets. Hierbij speelt naast lichaamsvorm ook spierkracht, lenigheid, stabiliteit, mobiliteit… een rol.  Uiteraard moet je ook rekening houden met de rol voor comfort op de fiets. Hierdoor is zadelhoogte geen algemeen verhaal dat voor alle renners gelijk is. Kijken we naar de databank van Powerzone, zien we dit verhaal terugkomen.

Bij Powerzone worden bikefits uitgevoerd door verder te kijken dan enkel de statisch houding van het lichaam. Door beelden te nemen van de persoon al fietsend en ook een screening te doen van het lichaam wordt gezocht naar de optimale houding en dus ook zadelhoogte. Deze is dus individueel bepaald voor elke renner.

Hoewel het individueel bepaald wordt, blijven de zadelhoogte en binnenbeenlengte wel nagemeten worden in Powerzone bij elke bikefit. Hiermee kunnen we nagaan of de zadelhoogte te voorspellen is op basis van binnenbeenlengte binnen de bikefits op Powerzone en of dit overeenkomt met de traditionele methodes.

Gemiddeld komt er een verhouding uit van 0,913 van de binnenbeenlengte als zadelhoogte bij alle bikefits in Powerzone. Dit wijkt al af van de gekende Lemond methode die aanraad 0.883 te nemen. Verder is er een spreiding in de resultaten van 0,03 naar boven en 0.08 naar onder toe. Dit betekent dus dat er personen afwijken van deze 0,913. Dit is vooral zichtbaar in renners die een kleinere zadelhoogte hebben.  Vaak is de oorzaak hier een beperkte stabiliteit of beperkte lenigheid van de hamstrings.

Het veranderen van de verhouding t.o.v. de Lemond methode kan komen door een evolutie in de fietspositie. Lemond reed in jaren 80 tot 90 van de vorige eeuw. Ondertussen zijn de fietsen verder ontwikkeld, alsook de visie van hoe je het beste op de fiets zit. In plaats van te kijken naar de binnenbeenlengte, is de bepaling van zadelhoogte vooral bepaald door de kniehoek die de renner maakt bij het fietsen, alsook de bekkenstabiliteit. De grote spreiding in de databank van Powerzone kan ook verklaard worden door het ruime doelpubliek. In de databank zitten renners van 15 jaar tot 50 jaar en van recreant tot prof. Dit zijn natuurlijk grote verschillen in lichaamsontwikkeling. Jonge renners hebben vaak nog weinig stabiliteit, maar zijn wel lenig, terwijl 50 jarige eerder met lenigheid een probleem gaan hebben.  Een eenvoudige en eenvormige formule gaat voor geen van beide de juiste oplossing zijn.  Daarom blijft het belangrijk om een persoonlijke afstelling op maat te hebben waarbij zowel met de renner op de fiets als met de fiets gewerkt wordt.  Deze afstelling kijk uiteraard ook verder dan alleen de zadelhoogte.  We houden rekening met alle factoren die beĆÆnvloedbaar zijn en met je doelen.

Wil je meer weten of zelf een bikefitting laten uitvoeren? Kijk dan op onze pagina over bikefitting!