Het effect van een bikefitting op de weerstand.

Een goede bikefitting begint met een analyse van wat noodzakelijk is.  Er is een wezenlijk verschil tussen wat een goede positie is voor tijdrijden tegenover de beste positie voor een wegrenner die uren in het zadel moet zitten.  Globaal kunnen we 4 elementen onderscheiden waar er bij de bikefit op kan gewerkt worden:

  • Comfort: vooral belangrijk bij lange ritten zodat je zonder klachten vlot kan blijven fietsen
  • Efficiëntie: Zo weinig mogelijk energie verbruik voor het vermogen dat je levert.
  • Krachtmaximalisatie: De mogelijkheid om maximaal vermogen te ontwikkelen en je spierkracht optimaal te gebruiken
  • Aerodynamica: het zo laag mogelijk krijgen van de luchtweerstand.

Deze 4 elementen staan tegenover elkaar en afhankelijk van je doel worden er een of meerdere gekozen waarop gewerkt wordt.

Naast een juiste afstelling van de fiets, wordt er ook gekeken naar de atleet die op de fiets zit.  Zijn/haar lichaam moet immers de positie aanhouden gedurende de duur van de wedstrijd of fietstocht.  Een goede bikefitter houdt dus rekening met zowel de renner als de fiets en zorgt naast een fietsafstelling die aansluit bij hetgeen de renner nodig heeft ook voor een programma om de renner beter te maken voor de juiste positie.

Hieronder geven we een praktijkvoorbeeld voor een atleet die aan triatlon wil doen.  De afstanden zijn kwart en 1/3 triatlon.  Dit betekent dus vooral de nadruk op aerodynamica, efficiëntie en comfort.  Krachtmaximalisatie is een minder belangrijke factor gezien de duur van de inspanning.  Aerodynamica en efficiëntie gaan hier hand in hand want bij een triatlon is het tijdens het fietsen de bedoeling om zo snel mogelijk de afstand af te leggen met zo weinig mogelijk energieverbruik.  Dit om het loopgedeelte nog goed te kunnen afwerken. De atleet in dit voorbeeld kwam van een eerder comfortabele positie en is agressiever op de fiets gezet.

Wat hebben we allemaal veranderd:

Het zadel is 1cm hoger en maximaal voorwaarts gezet zodat er een meer aerodynamische rughouding bekomen werd.  Verder werd er kanteling van het zadel naar voor gemaakt zodat er een compactere houding gemaakt kon worden.  De schoenplaatjes werden iets agressiever gezet, dit betekent meer naar voor, zo kan er sterker door de dode punten gegaan worden.  Dit alles betekent wel een grotere belasting van heupen, hamstrings, schouders en onderrug.  De renner moet dus in staat zijn om deze houding aan te houden en om in deze houding voldoende vermogen te ontwikkelen.  Voor Ward is er dan ook werk aan de lenigheid van de hamstrings en de mobiliteit van de heup zodat de aerodynamische positie vol te houden blijft voor de onderrug.  Ook schouders moeten worden versterkt omdat er door de voorwaartse positie meer druk op de armen en schouders komt.

Wat is het resultaat?

             Foto 1: Voor bikefit                                                      Foto 2: na bikefit

De foto’s spreken al een deel voor zichzelf.  Als we een schatting maken van het frontaal oppervlak boven het stuur komen we aan 1206cm² voor de bikefit en 1041cm² erna.  Dit is een verschil van 160cm² of 13% voor deze regio.  De regio onder het stuur hebben we niet meegeteld aangezien er daar geen veranderingen zijn aangebracht.  We hebben dit ook in de praktijk getest om na te gaan hoeveel vermogen uitgespaard wordt.  Dit bleek een behoorlijke winst te zijn.  Er werd getest door 5 rondes aan 40km/u af te leggen op de piste van Hulshout.  Dit is een inspanning van ongeveer 2 minuten.  De vermogens werden met elkaar vergeleken.  In de oorspronkelijke positie werd de blok afgewerkt aan 320W gemiddeld.  De 2de blok aan 285W gemiddeld. 

Tabel 1: test in oorspronkelijke positie

Tabel 2: test in aangepaste positie

De cadans werd vrij gelaten en opvallend hierbij is dat de eerste blok aan een zwaardere versnelling werd afgewerkt dan de eerste.  Mogelijk is dit te wijten aan de positie.  In een lagere positie is het moeilijker om kracht te leveren.  Het vermogen wordt dan meer uit beensnelheid dan uit kracht gehaald.  De iets hogere hartslag valt voor een deel ook te verklaren door de hogere cadans.  Verder is de lage test ook als 2de afgenomen wat ook een oorzaak kan zijn voor de hogere hartslag.

We kunnen dus wel stellen dat er een grote besparing zit als je een meer aerodynamische positie kan aannemen.  Dit is al 1 van de 4 belangrijke factoren dat is ingevuld.

Verder komen in een triatlon ook nog comfort en efficiëntie kijken.  De positie moet immers kunnen aangehouden worden gedurende de duur van het fietsgedeelte (1u15-1u45) en er mag niet teveel energie verloren gaan zodat het loopgedeelte nog goed kan worden afgewerkt.  Voor een stuk is dit training.  Een nieuwe houding kunnen volhouden is iets wat je als atleet gewoon moet worden.  Zeer regelmatig blokken in die juiste houding afwerken is dan ook de boodschap.  Verder is het belangrijk om de stabiliteit, mobiliteit en lenigheid op punt te houden zodat je meer ontspannen en energie-efficiënt in die houding kan blijven.