Meten is weten: looptest vs. fietstest: Hoe specifiek is noodzakelijk?

Uithoudingsporten hebben veel gelijkenissen: eenzelfde fysieke eigenschappen zijn nodig om in deze sporten goed te presteren. Kijken we bijvoorbeeld naar lopen en fietsen, dan is een goede aerobe conditie essentieel. Een laag gewicht, een hoge VO2max en goede efficiëntie zijn in beide sporten bepalende factoren.  Deze gelijkenissen zorgen soms voor de eenvoudige conclusie dat het lichaam gelijk reageert bij lopen en fietsen. Maar is dit ook effectief het geval. Wij namen bij Powerzone de proef op de som en vergeleken een maximale looptest met een maximale test op de fiets. Om verder goed te kunnen volgen is het kort uitleggen van deze testen noodzakelijk. De testpersoon legde een looptest en een fietstest af met 1 week tussen. Beide werden op gelijktijdig moment van de dag afgelegd.

De looptest werd in het veld uitgevoerd, hierbij werden steeds 3 ronden op een 400m piste gelopen aan een vooraf vastgelegde snelheid. Aan het einde van deze 3 ronde werd onmiddellijk lactaat, hartslag en Borg-schaal bepaald. De persoon vertrok direct daarna opnieuw voor 3 ronden aan een hoger tempo.  Het tempo werd op deze manier opgevoerd tot de persoon dit niet meer kon vasthouden.

De resultaten van deze test zie je hieronder:

De fietstest werd in het labo uitgevoerd. De eigen fiets wordt gemonteerd op een cyclus 2 ergometer en de weerstand werd elke 6 minuten verhoogd.  Er werd gestart op 100W en telkens met 40W verhoogd. Op het einde van elke blok werden lactaat, hartslag, cadans en Borgschaal bepaald. Lactaat werd ook halfweg elke blok genomen om een correcte drempelbepaling te kunnen doen. De persoon moest blijven fietsen tot uitputting.

De resultaten van deze test zie je hieronder:

Er vallen onmiddellijk enkele verschillen op tussen beide testen. Een eerste verschil zien we al bij de laagste lactaatwaarden. Op de fiets zijn de basiswaarden rond de 1mmol/l, liggen deze bij lopen al boven de 2mmol/l. Beide inspanningsniveaus voelde nochtans heel vlot aan voor de testpersoon. Ondanks dat beide testen maximale inspanningen waren is ook het eindlactaat verschillend: 10,3mmol/l bij het lopen tegenover 17mmol/l bij het fietsen. Dit zijn echter verschillen die de sporter niet zelf gaat voelen, hij gaat immers bij beide testen maximaal aan het einde.  Ook bepalen ze het  trainingsadvies niet.

De grote verschillen komen naar boven in de analyse van de drempels. Deze zijn immers heel belangrijk omdat op basis hiervan trainingen worden uitgewerkt, er advies wordt gegeven en er een situering wordt gedaan van de aerobe conditie.

De trainingsaanpassingen zijn specifiek aan welke inspanning je levert. Kijken we naar het fietsen wordt de vetdrempel bereikt op hartslag 143 of 200W, bij lopen is dit 158 hartslag en 10,8km/u. Het is dus duidelijk dat de vetdrempel voor lopen op een andere hartslag valt dan bij het fietsen. Dit zorgt er dus voor dat beide testen nodig zijn om in elke sport ideaal te trainen. Werken we immers met de vetdrempel van het fietsen in het lopen, traint de persoon niet hard genoeg.  Omgekeerd, indien de drempels van het lopen op het fietsen worden toegepast, rijdt hij zich snel kapot. Dit verhaal wordt ook bevestigd in de anaerobe drempel. Op de fiets ligt deze op hartslag 159 en al lopend op 176, opnieuw een verschil van ongeveer 15 hartslagen. Het is zelfs zo dat indien je de anaerobe drempel van het fietsen overplaatst naar lopen, je maar aan vetdrempel loopt. Ook de maximale hartslag is per sport verschillend. 185 op de fiets en 195 al lopend.

Het is dus duidelijk dat elke sport zijn eigen zones heeft, en daarom is het belangrijk in elke sport specifiek te testen. Maar hoe komt dit eigenlijk?

Een eerste verschil is de betrokken spiermassa. Bij lopen moet het lichaam zich ook inzetten om rechtop te blijven, hierdoor worden buik en rugspieren meer aangesproken.  De armen ondersteunen de beweging meer, waardoor meer bloedsomloop nodig is dan bij het fietsen. Meer bloedsomloop betekent dat het hart meer moet kloppen. Verder speelt efficiëntie (vaak bepaald door welke sport je het meeste traint) een rol. Bij fietsen kan je veel kracht sparen door een goede trapcyclus te hebben, waarbij je ook bij hoge vermogens een goede duw fase behoudt. Bij lopen zorgt een efficiënte techniek vaak voor een beter aansturen van de spieren en betere peesreactie bij het grondcontact, waardoor meer kracht wordt gerecycleerd.

Mogelijk verwarrende factoren zijn ook aanwezig. De maximale hartslag wordt bij vermoeidheid onderdrukt.  De lagere maximale hartslag bij het fietsen, kan dus ook veroorzaakt worden door een vermoeidheid van de trainingen de week ervoor.  Lactaat stijgt echter wel door.  Terwijl die bij vermoeidheid ook daalt.  Verder heeft deze persoon heel lang geen looptrainingen meer uitgevoerd, wat het contrast tussen de testen enkel vergroot.

We kunnen dus zeker concluderen dat een aangepaste test nodig is naargelang welke sport je beoefent.  Bij Powerzone passen we ons dan ook aan naargelang de vragen van de sporter.  Wil je zelf weten waar je staat of een goed trainingsadvies met juiste hartslag/vermogens/looptempo zones, contacteer ons dan voor een test op maat via ward@powerzone.be of jasper@powerzone.be .

Leave a reply

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>