De overstap naar de profs. Een inside look van Mathijs Paasschens

Sinds dit seizoen zijn er full time profs in begeleiding bij Powerzone met Mathijs Paasschens en Lionel Taminiaux. Mathijs zat ook de vorige jaren al in begeleiding bij Powerzone als U23. Na één seizoen als prof kijkt Mathijs terug zijn ervaringen. Wat leerde hij bij en wat zouden jonge renners moeten weten van het prof bestaan.

Mathijs:

“Dit jaar kreeg ik de kans om kennis te maken met het leven als beroepswielrenner bij het pro-continentale team Wallonië-Bruxelles.” Het pro-continentale niveau is het tweede hoogste niveau in het wielrennen, na de World tour. Deze ploegen rijden een heel internationale kalender en zelfs enkele wedstrijden op World tour niveau.

Mathijs volgde een geleidelijke weg naar een profploeg. “Na 3 jaar (1 jaar als nieuweling en 2 jaren als junior) bij Olympia Tienen en 2 jaren als belofte bij Royal Cureghem Sportief ging ik in 2017 naar Home-Solution. Home-Solution is een topcompetitie ploeg met een mooi uitgebalanceerd internationaal programma. Ik had Jasper Vaeck het jaar daarvoor leren kennen en hij zou mij vanaf de winter van 2016 begeleiden met mijn trainingen. Jasper was mijn eerste “echte” trainer, dat maakte me trots en gaf me extra motivatie om ervoor te gaan. Het gestructureerde plan achter de trainingen en de goed georganiseerde ploeg brachten me op een hoger niveau. De jaren ervoor kon ik wel ‘aardig’ meefietsen, maar nu waren de verwachtingen hoger. In april 2017 betaalde al het werk zich uit in mijn eerste overwinning.”

Nadat 2017 en 2018 beide met enkele overwinningen op interclubniveau werden afgesloten en Mathijs zich bij enkele profploegen in de kijker had kunnen rijden begon het geloof in een stap hogerop. Na lang wachten kwam in november vorig jaar het verlossende woord. Mathijs mocht een 2-jarig neo-profcontract tekenen bij Wallonië-Bruxelles. Mathijs zijn droom werd werkelijkheid.

Een nieuwe stap was gezet. In de winter werd er goed getraind onder andere met een ploegstage in december en een tweede in januari.

“Ik was al een paar keer op stage geweest bij de beloftes, maar dit was anders. Op de stages met de beloften werd er meestal stevig doorgereden omdat iedereen zich wou bewijzen. Dat was bij de profs minder het geval al betekende dit niet dat het tempo lager lag in tegendeel. Het algemene niveau was heel erg hoog. Iedereen kon hier hard rijden met de fiets en de meeste hadden ook bij de profs al het een en ander bewezen. Ik keek mijn ogen uit en probeerde zoveel mogelijk op te pikken. Vanuit de ploeg werden verschillende zaken strikter georganiseerd. Zo hielden ze vetpercentage en gewicht nauwlettend in de gaten en werden er voor de verschillende type renners specifieke trainingen uitgeschreven. Zo deden de klimmers blokken achter de brommer op een klim en oefenden de sprinters sprinttreintjes op het vlakke. Ik proefde van beide om te ontdekken wat mij het beste zou liggen. “

Na bijna 4 maanden goed te hebben getraind was het eindelijk zo ver. De eerste koers bij de profs.

“Natuurlijk was ik zenuwachtig en wist ik niet precies wat ik kon verwachten. Er waren veel dingen nieuw voor mij. Bijvoorbeeld de communicatie via oortjes waarmee ik voor het eerst ging rijden, de bevoorradingszakjes die halverwege de koers vanaf de kant werden aangegeven en het profniveau waar ik mij voor het eerst aan kon meten. Ik hoopte dat ik de koers zou kunnen uitrijden en hopelijk iets voor de ploeg zou kunnen doen zoals ploegmaten naar voor brengen of enkele bidons bij de auto halen.”

“De eerste koersen gingen goed en de trainingen in de winter resulteerde in een degelijke eerste helft van het seizoen. Na 4 jaar bij de beloftes denk ik dat ik mag zeggen dat ik de stap naar de profs redelijk goed verteerd heb. Al waren er heel wat aspecten waar ik in het begin aan moest wennen. Om te beginnen de manier van koersen, de tactiek en het ploegenspel. Bij de beloften probeer je je ploeggenoten zoveel mogelijk te helpen, maar bij de profs heeft iedereen een vaste rol. Zo zijn er uitgesproken kopmannen in elke koers en offeren de knechten hun kansen volledig op in dienst. Dit zorgt ervoor dat in het profpeloton ploegen bijna altijd gegroepeerd rijden zodat de kopmannen beschermd worden tegen alles wat onnodig energie kost. Doordat alles veel georganiseerder verloopt, mede door de oortjes (waarmee de renners en ploegleiders communiceren) wordt de koers veel meer voorspelbaar. Dit zorgt voor een traditioneler koersverloop met een vroege vlucht en vervolgens de controle vanuit het peloton. Dit in tegenstelling tot het meer open koersverloop met veel meer kansen voor de aanvallers door het gebrek aan organisatie in het beloften peloton. Het algemene tempo in een profwedstrijd is wel te vergelijken met het tempo van een beloften wedstrijd. Het enige verschil is dat wanneer de finale losbarst of er een belangrijke fase aanbreekt (zoals een kasseienstrook of een klim) het net een tikkeltje sneller gaat. Ook merk je dat iedereen gespecialiseerd is in bepaalde elementen van het wielrennen zoals klimmen, sprinten, tijdrijden of het klassieke werk. Zo kan je als goede allrounder bij de belofte op bijna elk parcours een goed resultaat neerzetten terwijl je bij de profs echt gespecialiseerd zult moeten zijn in één specifiek kenmerk om te kunnen scoren.”

De meeste profwedstrijden duren net iets langer (meestal tussen de 180-200km). “Naast het feit dat de wedstrijden langer zijn vind ik persoonlijk dat vooral het reizen naar en terug van de wedstrijden het zwaarder maakt ten opzichte van de wedstrijdkalender bij de beloften. Vooral de buitenlandse wedstrijden waarvoor je het vliegtuig moet nemen hebben een zware impact op het lichaam waarmee je rekening moet houden. Uiteraard is de wedstrijdkalender ook wat langer. Het seizoen start al begin februari en ik rij wedstrijden tot 20 oktober”

“Het komt bij de profs nog meer aan op details. Zo probeer ik extra op mijn voeding te letten vooral tijdens en de dagen voor een wedstrijd. Doordat de wedstrijden langer zijn zullen de energievoorraden harder worden uitgeput. Het aanvullen van deze energiereserves met de juiste voeding en de nodige hoeveelheden is van groot belang voor de prestaties. Zoals in alle categorieën moet ook het slaapritme en de hygiëne goed verzorgd worden. Als sporter is jouw lichaam de motor van de prestatie en hiervoor zul je goed zorg moeten dragen.”

Ook de begeleiding word anders. Zoals Mathijs aangeeft tellen details meer, dit zorgt niet enkel ervoor dat trainingen in orde moeten zijn, maar ook dat randzaken goed moeten verlopen, zoals voeding, hygiëne, blessurepreventie. Zo werden er reisplannen opgesteld en investeerde Mathijs extra tijd in enkele alternatieve trainingen. Mathijs kende ook enkele tegenslagen in het seizoen (ziekte in februari en juli, zware valpartij in mei), bij een belofte werk je na tegenslag meestal voorzichtig en kan je door middel van kermiswedstrijden het niveau terug opkrikken tot interclubs mogelijk zijn. Als prof staat de volgende wedstrijd echter binnen enkele weken al terug op het programma waar de renner klaar moet zijn, waardoor je vaak een kort tijdsbestek hebt om terug wedstrijdklaar te geraken. Deze wedstrijd is dan ook direct met de ploeg, waardoor je ook echt taak moet doen en niet zoals bij de belofte u soms een off-day kan veroorloven.

Daarnaast is het leven van een beginnende prof nog steeds veel investeren. Het lijkt via media misschien dat profs alles krijgen van profploegen ten opzichten van U23 ploegen. Dit klopt ook voor materiaal en voeding. De structuur wordt beter, maar er komen nieuwe eisen bij. Materiaal staat op een service course waar je regelmatig heen moet indien je materiaal problemen hebt. Reizen worden georganiseerd door de ploeg, maar er zijn er veel meer, waardoor de renner vaak ook extra organisatorisch werk heeft: valiezen maken, fietsmateriaal meenemen, welke verplaatsingen er moeten gemaakt worden enzovoort. Daarnaast moet je veel flexibeler zijn vermits wedstrijdselecties vaker gewijzigd worden. Daarnaast is er een heel hoge professionalisering in het wielrennen, waardoor zaken als blessurepreventie, bikefitting, voedingsadvies of begeleiding, trainingsbegeleiding, stages, extra trainingsfaciliteiten als prof vaak vereist worden. Hiervoor moet je als beginnende renner wel zelf de kosten voor kunnen dragen, terwijl er hoge financiële onzekerheid is omdat je met tijdelijk contracten werkt. Blijven verder studeren als back-up is dan ook zeker aangewezen. Mathijs combineert zijn profbestaan met een Master in de bewegings- en sportwetenschappen in Leuven. Als prof heb je wel het voordeel van een topsportstatuut waardoor je je studies kan spreiden.

Leave a reply

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>