De evolutie van drempels over de jaren: een update van onze testen

Meten is weten. Om een goed seizoen te rijden is de voorbereiding steeds belangrijker.  Om renners goed te begeleiding in hun trainingsproces is een juiste afbakening van de trainingszones nodig. Dit wordt gedaan aan de hand van een inspanningstest.  Door correcte trainingszones, kan de renner tijdens zijn voorbereiding gericht gaan werken en in een goede conditie aan de start van de wedstrijden verschijnen.

Deze testen worden al jaren gedaan bij Powerzone en hieruit wordt waardevolle informatie gehaald. Algemeen komen er uit een inspanningstest 3 belangrijke waarden: De vetdrempel, de anaerobe drempel en het maximum. Deze kunnen omschreven worden in hartslag of vermogen. Hartslag is individueel en je kan dus geen vergelijking maken met andere personen.  Vermogen daarentegen geeft een objectieve waarneming van de drempels. Dit kan zowel uitgedrukt worden in absolute (W) als relatieve vermogens (W/kg dus gedeeld door het gewicht van de renner).

Waarom zijn deze waarden belangrijk?

Elke drempel geeft een bepaalde capaciteit aan die voor wedstrijden belangrijk zijn.

De vetdrempel geeft het hoogste vermogen aan van quasi zuivere vetverbranding, ga je over dit punt heen komen suikers aan de pas als mede energiebron. Suikers zijn slechts beperkt aanwezig in het lichaam. Rij je dus boven de intensiteit van de vetdrempel zonder suikers aan te vullen, krijg je na een tijd een hongerklop. Het lichaam heeft geen suikers meer en kan geen hoge vermogens meer leveren. Het belang van een goede vetdrempel ligt erin dat je de beperkte hoeveelheid suikers kan uitsparen voor momenten dat het nodig is in wedstrijd.

De anaerobe drempel geeft het vermogen aan waar er net voldoende zuurstof wordt geleverd om de aanmaak van lactaat gelijk te hebben aan de afbraak van lactaat. Hierbij worden al hoofdzakelijk suikers verbrandt en deze intensiteit kan je 45-60min volhouden. Hoewel deze inspanning heel zwaar is, is het lichaam nog net in evenwicht en kan je dit volhouden. Ga je echter harder rijden ga je in het rood en zal lactaat zich opstapelen. Er zal dan een moment komen dat de intensiteit moet zakken om het lactaat te laten afnemen. De anaerobe drempel is belangrijk voor tijdrijden en lange beklimmingen.

Het maximaal vermogen geeft aan welk vermogen je ongeveer kan leveren op VO2max. Dit is een inspanning van 6-8min maximaal waarbij je maximale zuurstofopname hebt in het lichaam. Deze waarde is een goede voorspeller voor kortere inspanningen, zoals korte hellingen oprijden of een gat kunnen slaan in wedstrijd.

Testen over de jaren heen:

Het wordt echter nog interessanter om evoluties over de jaren heen te vergelijken. Alle inspanningstesten worden door Powerzone bijgehouden en hiervan wordt een overzicht behouden. Uit deze data gaan we een vergelijking maken voor junioren (U19) over de jaren heen. Het is een trend die soms wordt opgemerkt, dat junioren steeds sneller en sneller rijden. Zo zijn de tijden van tijdritten bij junioren vaak heel gelijkend aan deze bij de U23. Komt deze evolutie van sterkere junioren ook terug in onze databank?

We bekijken de data vanaf het seizoen 2016-2017 tot en met het seizoen 2018-2019. Om de waarden te vergelijken werden er percentielschalen gebouwd. Deze geven weer hoeveel percent van de junioren een bepaalde waarde halen op hun drempels. P50 komt dus overeen met het gemiddelde, P10 is de waarde van de 10% minst scorende junioren en P90 van de best scorende junioren.

De absolute vermogens voor P10,P50 en P90 voor vetdrempel (VD), anaerobe drempel (AD) en maximum (max).

Bekijken we de absolute vermogens zien we geen stijgende trend over de laatste 3 seizoenen. Voor de vetdrempel blijven P50 en P90 gelijk. P10 maakt een duidelijk opwaartse piek in 2017-2018. Dit is opvallend, want deze trend is niet terug te vinden in P50 en P90. Voor de anaerobe drempel is er op P50 een kleine toename van 10W over de 3 seizoen heen. P90 heeft echter een dalende trend en P10 opnieuw de beste waarden in het seizoen 2017-2018. Op het maximaal wattage is er op P50 weer een lichte stijging van 10W, terwijl P90 daalt met 12W. P10 kent weer zijn piek in het seizoen 2017-2018.

Tezamen genomen kunnen we geen duidelijke trend afleiden uit de absolute vermogens. Gemiddeld gezien is er een heel licht stijgende trend. Kijken we echter naar P90 en dus de beste testresultaten is er zelfs eerder een dalende trend in de laatste seizoenen.

De relatieve vermogens voor P10,P50 en P90 voor vetdrempel (VD), anaerobe drempel (AD) en maximum (max).

Omdat junioren nog een categorie is waar fysieke ontwikkeling speelt, is het ook interessant om de relatieve vermogens te vergelijken. In deze grafiek valt wel een patroon te herkennen. De meeste percentielen halen hun hoogste score in het afgelopen seizoen, hoewel amper hoger dan 2016-2017. Dit terwijl 2017-2018 duidelijk minder scoort. Waarbij de vetdrempel redelijk gelijklopend blijft, is de mindere score voor het seizoen 2017-2018 het meest duidelijk voor de anaerobe drempel en maximaal vermogen. Het is opvallend dat het seizoen 2017-2018 absoluut geen trend heeft en in relatieve waarden duidelijk minder scoort dan de overige seizoenen. Hoewel deze verschillen beperkt zijn.

Er zijn natuurlijk factoren die hierbij meespelen die het beeld kunnen vervormen. De databank van Powerzone is groot, maar ook niet representatief voor alle junioren. Het zou kunnen dat er jaren zijn waarin er een minder sterke lichting renners getest is geweest, of juist een groep van heel goede renners.  Of zoals in 2017-2018 een jaar met weinig klimmers, waardoor de relatieve waarden minder zijn. Verder is de laatste jaren de nationale bond actiever beginnen scouten, waardoor er meer testen vanuit KBWB worden geregeld en de toppers niet meer in Powerzone worden getest. Ook het tijdstip van testen heeft een invloed. Hoewel de bijna alle testen werden uitgevoerd in de periode januari tot maart is daarom de voorbereiding niet altijd van gelijke kwaliteit voor alle renners. Ook het aantal eerste en tweedejaars junioren is niet altijd gelijk, wat het beeld mee vervormd.

Verder is een inspanningstest een belangrijke inschatting van capaciteiten, maar ook geen alomvattende test voor wedstrijdprestaties. De renners met de beste testen in onze databank zijn niet altijd de renners met de meeste resultaten in wedstrijd.  Deze test zegt immers niets over sprintcapaciteit, mentale weerbaarheid en tactische vaardigheden.

In conclusie kunnen we stellen dat geen indicatie is voor een algemene opwaartse trend in de capaciteiten van junioren over de laatste 3 jaar. Andere factoren kunnen een rol spelen in het hogere tempo bij de junioren. Hierbij kan het verbeterde materiaal een rol spelen, het meer gebruiken van ploegtactieken in junioren wedstrijden en een betere omkadering voor voeding. Ook de steeds betere trainingsbegeleiding zorgt voor sterkere renners, ook al is dat niet altijd af te leiden uit een inspanningstest.

Leave a reply

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>