Vermogensmeters: Door de bomen het bos zien

Sinds de vermogensmeter een 25 tal jaar geleden zijn intrede deed in het peloton, is deze ondertussen wijd verspreid geraakt bij zowel profs, competitieve renners, jeugdrenners en recreanten.  Het is al voldoende bewezen dat een vermogensmeter het ideale instrument is om intensiteit te meten tijdens de training en wedstrijd.  Verder kan deze ook gebruikt worden om de conditie op te volgen, vergelijking te maken met anderen, specifiek te gaan werken naar persoonlijke doelen.  De vele mogelijkheden maken dan ook dat een vermogensmeter stilaan een must wordt als je serieus met training bezig bent.

Waar de vermogensmeters gedurende lange tijd duur waren, is er tegenwoordig zo’n groot aanbod dat de prijzen zeker competitief zijn.  Het grote aanbod maakt wel dat het voor veel mensen onduidelijk is welke vermogensmeter ze zich best aanschaffen.  We proberen hieronder de voor en nadelen van onze verschillende types op een rijtje te zetten.

Er zijn uiteraard elementen die elke powermeter moet hebben.

–        Consistentie: Een goede vermogensmeter moet uiteraard consistent de vermogens correct weergeven.  Wat vandaag 100W is, moet morgen ook 100W zijn.  Ook een toename of afname in vermogen moet correct worden weergegeven.

–        Accuraatheid: je moet weten wat je aan het meten bent.  En dat hetgeen wat je meet correct is.  Als ik 100W meet, komt dit dan overeen met 100W in de realiteit?

–        Er moet een koppeling mogelijk zijn met de fietscomputer.  Dit gebeurt via bluetooth of ANT+.  Fabrikanten van fietscomputers installeren dit ook op hun producten waardoor er onderlinge uitwisselbaarheid is tussen fietscomputer en vermogensmeter.  Zo kan je vb. Powertap P2 pedalen koppelen met een Garmin edge 520.

–        Gebruiksgemak.  Kan je kleine defecten snel zelf oplossen?  Kan je zelf firmware updates doen? Kan je zelf de batterijen vervangen?  Het is natuurlijk niet handig als je altijd je vermogensmeter terug moet sturen naar de fabrikant als die platte batterij heeft.

Al onze merken hebben deze eigenschappen.  Verder heeft elk type/merk zijn eigen voor- en nadelen.  We zetten hieronder de mogelijke voordelen even op een rijtje:

Mogelijke voordelen:

–        Links/rechts vergelijking: Als een vermogensmeter over zowel aan het linkerbeen als aan het rechterbeen over een meetpunt beschikt, kan je achteraf gaan kijken naar de verdeling van het vermogen tussen de 2 benen.  Hier kan je uit afleiden of je één van je benen meer gebruikt dan het andere.  Kleine verschillen zijn perfect normaal, maar als een been veel dominanter is dan het andere, kan je dit hieruit afleiden en je trainingen op basis hiervan aanpassen

–        Wisselbaar tussen fietsen: als je meer dan 1 fiets hebt, is het makkelijk dat je snel een vermogensmeter kan overzetten van de ene naar de andere.  Dit voorkomt de noodzaak tot het kopen van meerder vermogensmeters.

–        Visibiliteit van de powermeter: Sommige vermogensmeters zitten onopvallend verwerkt in het fietsonderdeel.  Een Powertap naaf is vb. iets dikker dan een gewone naaf.  Bij een Stages is de meter zelf mooi ingewerkt aan de achterkant van de crankarm.  Naar het uitzicht van de fiets kan dit een rol spelen.

–        Gewicht: afhankelijk van welk soort batterij en welk materiaal er gebruikt wordt, kan een powermeter veel of weinig gewicht bij brengen tegenover het normale.  Stages scoort hier het best in met slechts 30g extra. Pedalen scoren hier iets minder in, ze brengen 200-300gr extra gewicht (in vergelijking met Look Keo van 100g).

 

–        Pedalen: (Garmin Vector/Powertap P1 of P2)

–        Crankarm (Stages): Vermogen wordt gemeten door de verbuiging in de crankarm

–    Achterwiel (Powertap G3): Het vermogen wordt gemeten in de naaf van het achterwiel.

 

Heb je interesse in een vermogensmeter of wil je meer info?  Contacteer ons dan via ward@powerzone.be

Leave a reply

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>